Het ouderproject van Brusselleer in het secundair onderwijs

vier personen praten met elkaar

Katrien Van Gijseghem werkt voor het ouderproject van Brusselleer. Voor het eerst begeleidt zij ook een oudergroep in een secundaire school, in het Maria Boodschaplyceum.

Ouderproject Brusselleer


Met het ouderproject werkt Brusselleer in de Nederlandstalige scholen in Brussel met de ouders om de ouderbetrokkenheid bij laaggeschoolde, voornamelijk anderstalige ouders te verhogen. Het doel is de competenties van de ouders te versterken, zodat ze een ondersteunende rol kunnen opnemen in de schoolloopbaan van hun kinderen. Het project versterkt de zelfredzaamheid van de ouders binnen de school en ontwikkelt hun onderwijsondersteunend gedrag.

De aanpak in het scholenproject hangt af van de deelnemers en verloopt doorgaans niet in het Nederlands. Als de deelnemende ouders anderstalig zijn, verlopen de oudergroepen in meerdere talen. Het is de bedoeling om de ouders meer te betrekken bij wat er in de school gebeurt. Dat kan niet in het Nederlands, omdat veel ouders die taal niet voldoende machtig zijn om de informatie te begrijpen. Meestal kent de lesgever naast Nederlands ook wel Frans en Engels, maar dat geldt niet voor alle ouders. Dus, als de lesgever de taal van een ouder niet kent, vertalen andere ouders uit de groep voor elkaar. Het vertraagt de gesprekken, maar is een meerwaarde voor het project. Zo leren de ouders elkaar kennen en kunnen ze bij elkaar terecht als ze vragen hebben.

Verloop project in Maria Boodschaplyceum


Na de eerste graad was er vooral veel uitval bij leerlingen met een allochtone achtergrond. Daarom klopte de school aan bij Brusselleer om een project op te zetten dat de ouders meer betrekt en ze wegwijs maakt in de werking van een secundaire school. De opzet van zo een project is dezelfde als in de lagere scholen en het project verloopt ook in grote lijnen op dezelfde manier. Toch brengt de start van een oudergroep in een secundaire school nieuwe uitdagingen met zich mee. Het is immers veel moeilijker om de ouders die hiervoor in aanmerking komen te bereiken: zij brengen hun kinderen niet meer zelf naar school. Daarom werden nieuwe ouders geworven tijdens de infoavonden voor nieuwe ouders en de infoavonden bij de start van het schooljaar. Geïnteresseerden gaven zich op en Katrien van Brusselleer belde hen nadien allemaal persoonlijk op.

Het scholenproject bestaat uit verschillende bouwstenen met diverse thema’s zoals de school en ik, communicatie met de school, opvoeding, ICT en media. Uit deze thema's wordt gekozen op basis van de interesses en de behoeftes van de ouders en de school.

De eerste bouwsteen is altijd een kennismaking met de school: voor het secundair heet die bouwsteen 'De school en ik. Mijn kind in het middelbaar? Help!' Deze module geeft de ouders inzicht in de school, in wie wie is op school, in hoe ze hun kind konden ondersteunen thuis. Daarbij maken ze kennis met de directie, de klastitularis, de leerlingenbegeleider, de leerkrachten van de hoofdvakken, het secretariaat, het CLB en de ouderraad. Veel ouders kunnen zich niets voorstellen bij het verloop van een schooldag in een secundaire school, hebben praktische informatie nodig over wanneer ze hun kind ziek moeten melden, wanneer er een doktersbriefje nodig is … Ze weten ook niet wat te doen wanneer ze merken dat hun kind niet goed mee is. De schroom om hulp te vragen is groot bij de ouders, zowel door de taal als door hun lage scholing. Daarom is deze eerste module van belang. Tijdens deze module gaat het ook over oriëntatie en planning, leren leren, het belang van het oudercontact, de structuur van het secundair onderwijs in België, hoe je een rapport moet lezen en erop kan reageren tegen je kind. Hierbij besteedt Brusselleer aandacht aan de verbinding maken met de school.

Katrien gebruikte voor de ouders de powerpoint die tijdens de lessen ‘leren leren’ bij de leerlingen gebruikt werd. Het was een heel gevuld programma, waar ook voldoende ruimte was voor gesprek, vragen, bedenkingen en persoonlijke verhalen. Hierdoor was het erg tijdsintensief voor de ouders: de bijeenkomsten van die eerste module vonden twee keer per week plaats en duurden telkens een voormiddag.

Zodra de eerste module afgewerkt was, werd er in overleg met de school, de leerlingenbegeleiders en de ouders beslist welke volgende module de voorkeur had. Het werd 'opvoeden': de ouders wilden graag gesprekken voeren over hoe je het beste omgaat met pubers. De school wilde graag dat het daarbij zeker ook zou gaan over het internetgebruik. Als derde module werd er voor “leren leren” gekozen.

Evaluatie project

Ouders gaven aan dat ze veel aan de bijeenkomsten hadden en meer zicht kregen op het wat er in een secundaire school gebeurt. Het waren vooral de ouders die aan de eerste module deelnamen, die zich inschreven voor de volgende modules, ook al waren er tussendoor nieuwe wervingsmomenten.

De deelnemende ouders staan er nu meer voor open om de stap naar de ouderraad te zetten. Hun betrokkenheid bij de school is sterk gegroeid. Omgekeerd krijgt de school meer inkijk in wat ouders niet weten en met welke vragen ze rondlopen.